|
Verkeerde diagnostiek: doven en slechthorenden in de Geestelijke Gezondheidszorg
KPMG, 1 december 2011 KPMG deed onderzoek naar het verkeerd
bestempelen doven en slechthorenden in de GGZ. Aanleiding voor het onderzoek was een motie in de Tweede Kamer.
De omvang van de doelgroep blijkt enkele duizenden patiënten te
bedragen. Het aantal slechthorenden in de GGZ schat KPMG tussen
1800 en 3050. Het aantal tinnitus patiënten met psychosociale problemen schat
KPMG op 5000 patiënten.
verkeerde diagnostiek
Er zijn knelpunten in de diagnostiek, in de verwijzing en in de
organisatie van specialistische zorg. De belangrijkste oorzaak
voor verkeerde diagnostiek is dat zorgverleners de patiënten
vanuit hun eigen (monodisciplinair) expertise benaderen.
Een conclusie die KPMG trekt is dat er onvoldoende aansluiting
is van het zorgaanbod op de vraag, met als gevolg dat patiënten
niet op de juiste plek terechtkomen voor adequate diagnose en
behandeling.
Experts geven de volgende verklaringen voor verkeerde
diagnostiek bij mensen met gehoorproblematiek. Psychose en
tinnitus
- Tinnitus of hyperacusis ontstaat vaak op latere leeftijd en
kan gezien worden als hallucinatie als de aanwezigheid van
tinnitus/ gehoorproblematiek onvoldoende wordt meegenomen in de
diagnostiek.
- Ouderen die doof worden hebben de neiging tot achterdocht,
dit kan in de reguliere / horende GGZ verkeerd worden uitgelegd.
Zwakzinnigheid en doof -/slechthorendheid
- Door beperkte maatschappelijke en sociale intelligentie
kunnen doven/ slechthorenden als zwakzinnig overkomen.
- In het verleden kwam verkeerde diagnostiek bij zwakzinnigen
vaker voor. Deze mensen zitten deels nog in tehuizen voor
zwakzinnigen, mede doordat hun oorspronkelijke verblijf daar
heeft gezorgd voor sociale deprivatie. De screening op doofheid
bij het consultatiebureau is de laatste jaren sterk verbeterd.
Daarnaast worden verstandelijk gehandicapten gescreend op visus
en gehoor. Hierdoor komt verkeerde diagnostiek veel minder voor.
- Vragenlijsten zijn niet gevalideerd voor mensen met een
auditieve beperking . Het niet goed gebruiken van IQ
vragenlijsten kan zorgen voor een lage score; niet omdat er
sprake is van minder begaafdheid, maar door beperkte
taalvaardigheid bij deze doelgroep.
Overige GGZ en doof -/slechthorendheid
- Laatdoven lopen een risico om verkeerd beoordeeld te worden
op GGZ problematiek, omdat te weinig aandacht is voor de
communicatieproblemen. Bij ouderen die zelfstandig wonen kunnen
deze communicatieproblemen tot een onterechte diagnose van
dementie leiden.
- Mensen in de forensische GGZ/ gedetineerden lopen het risico
dat ze ten onrechte bestempeld worden met gedragsproblematiek
door afwijkend of agressief gedrag. Dit is veelal een uiting van
het niet begrepen worden door de omgeving. Er wordt vaak alleen
naar de gedragsuiting gekeken en de mogelijke oorzaken worden
onvoldoende bekeken, waarmee er geen aandacht is voor eventuele
gehoorproblemen.
oplossingen
De groep patiënten is klein, maar vraagt een complexe
multidisciplinaire aanpak, waarbij 1e, 2e en 3e lijn nauw
samenwerken. De huidige organisatie is versnipperd. De benodigde
multidisciplinaire blik ontbreekt bij de reguliere 1e lijn en de
gespecialiseerde GGZ instellingen worden nog onvoldoende gevonden.
Volgens KPMG is samenwerking sleutel tot verbetering:
- Organiseer kennis en expertise
- Ga in gesprek met verwijzers om de toeleiding naar
gespecialiseerde zorg te verbeteren
- Onderzoek oplossingsrichtingen voor financiële knelpunten
Het rapport eindigt met overwegingen hoe dit inhoudelijk en
organisatorisch vorm kan krijgen.
Bron:
Overheid.nl
home...
|