|
Economisch Instituut wil minder strikte regeling om GPP's te wijzigen Economisch Instituut voor de Bouw
EIB publiceert rapport "Bouwen voor kwaliteit. EIB, 23 december 2011 Het kabinet heeft in het Regeerakkoord aangegeven de regeldruk te willen verminderen. De minister van BZK overweegt een fundamentele herziening van de bouwregelgeving. Een van de huidige tekortkomingen op het terrein van bouwkwaliteit is dat ontwikkelaars onvoldoende prikkels hebben om kwalitatief goede producten te laten bouwen. In het kader hiervan heeft het ministerie van BZK (WWI) het Economsich Instituut voor de Bouw EIB verzocht een verkennende studie uit te voeren naar kansrijke mogelijkheden om opdrachtgevers van bouwwerken te prikkelen tot het leveren van een betere kwaliteit bouwwerken. De studie moet antwoord geven op de volgende drie vragen:
Geluidshinder Over geluidshinder concludeert het EIB het volgende: De voorgenomen normen voor verkeersgeluidshinder (Geluidshinder en Bouwbesluit 2012) zijn in het algemeen adequaat. Zij bieden de mogelijkheid van een flexibele toepassing binnen zekere marges. Wel is aan te bevelen de ‘beleidskoppeling grens’ (werkruimte onder de voorwaarde dat gemeenten lokaal geluidbeleid hebben ontwikkeld en vastgesteld) voor Provinciale en Rijkswegen te versoepelen met 5 extra dB voor specifieke locaties waar grond schaars en duur is, zodat hier meer woningen op gewenste locaties kunnen worden gerealiseerd. Minder strikte plafonds Normstelling voor nieuwe woningbouw langs snel- en spoorwegen in Swung-2 zou uit moeten gaan van de waarden die in Swung-1 worden vermeld. Dit zou bijvoorbeeld betekenen dat voor de geluidsbelasting van woningen van de geluidsproductieplafonds zou moeten worden uitgegaan. Hiertegen zijn door de wethouders van de vier grote gemeenten bezwaren in een brief verwoordt. Door het vasthouden aan de formele eis van toetsing aan GPP’s, kan de ‘geluidsruimte’ in gevallen waar het werkelijke geluidsniveau door technologische ontwikkelingen of door afname van het verkeer afneemt niet worden benut voor het realiseren van woningbouw. Op grond van het wetsvoorstel kan tot 2018 alleen een verlaging van de GPP’s op gemeentelijk verzoek plaatsvinden indien dit een verlaging van minimaal 5 dB inhoudt. In de praktijk zal dit echter gaan om een geringere verlaging. Maar ook een geringere verlaging, van bijvoorbeeld 2 dB kan heel relevant zijn voor het realiseren van woningbouw. Een minder strikte regeling om de GPP’s te wijzigen zou de realisering van bouwplannen op een aantal locaties bevorderen. Een meer flexibele regeling om de geluidsproductieplafonds te wijzigen voor nieuwbouw van woningen bij wegen en spoorwegen(uitgaande van de actuele geluidsproductie die soms lager is dan het voorgeschreven geluidsproductieplafond) zou de realisering van bouwplannen dus op een aantal locaties vergemakkelijken, zonder dat de doelstelling van de norm daardoor wordt aangetast.
Norm voorkomen van dontactgeluid is duur De aanscherping van de norm voor contactgeluid (na 2003) leidt tot ongeveer € 1.900 hogere kosten per appartement. De norm voor contactgeluid veroorzaakt relatief hoge kosten. Een mogelijk alternatief is het gebruik te normeren in plaats van de bouw. Handhaving hiervan is in de praktijk echter lastig. Met gebruik bedoelt het EIB bijv. dat de bewoner kan kiezen voor een harde vloer of tapijt.
Bron: Rapport EIB home... |