Onderzoek naar kosten geluidssanering woningen bij windturbines

RIVM, 6 juni 2011

Sinds 1 januari 2011 zijn nieuwe regels rond windturbinegeluid van kracht. Bij de nieuwe regelgeving hoort een andere berekeningsmethode en normstelling, bedoeld voor nieuw te plaatsen windturbines. Voor de aanpak van de geluidhinder door bestaande windturbines overweegt de overheid een saneringsoperatie op te zetten, waarvoor in onderzoek door het RIVM een kostenraming wordt gegeven.

De meeste windturbines bevinden zich in het Noorden van ons land en in Flevoland. In het bestand van het RIVM zijn er 2135 opgenomen, deels over de grens. In onderstaande figuur zijn deze locaties aangegeven met het geluidsvermogen van elke windturbine. De contouren geven de windklassegebieden aan.

Keuze saneringsgrenswaarde van 47 Lden

In de Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit) gold tot 1 januari 2011 als maximale waarde voor windturbines: 50 dB(A) tijdens de dag, 45 dB(A) ’s avonds en 40 dB(A) ’s nachts. De geluidmaat was de LA,RT. Bij de invoering van de nieuwe regelgeving is getracht een normneutrale omzetting te maken. Dit is slechts bij benadering mogelijk doordat de LA,RT niet één op één om te rekenen is in de nieuwe maten Lden en Lnight. Als compromis is daarbij gekozen voor grenswaarde van 47 dB Lden en aanvullend een grenswaarde van 41 dB Lnight. De Nota van Toelichting bij de publicatie van de nieuwe regelgeving zegt daarover: “Waar het gaat om vergunningplichtige windturbineparken, is vastgesteld dat de in de praktijk verleende vergunningen eveneens corresponderen met een maximaal niveau van 47 dB Lden. Een norm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight  is daarmee in lijn met de huidige uitvoeringspraktijk van de laatste jaren.” Op grond van het bovenstaande kan verwacht worden dat de meeste woningen rond de bestaande windturbines als gevolg van het Activiteitenbesluit een geluidbelasting van Lden 47 dB of minder zullen hebben.

Bij woningen waar hogere niveaus optreden zou een saneringsregeling soelaas kunnen bieden. Naar analogie van de saneringsregelingen voor weg- en railverkeer kan de wetgever ervoor kiezen een (iets) hogere saneringsgrenswaarde in te stellen dan die van de normstelling voor nieuwe windturbines. De regeling zou dan alleen van toepassing zijn op situaties waar substantieel hogere niveaus optreden dan 47 dB Lden. In dit onderzoek is hiermee rekening gehouden door een inventarisatie te maken van saneringssituaties bij een grenswaarde van 47 dB Lden en een wat hogere waarde van 49 dB Lden.

Het RIVM heeft rekening gehouden met de cumulatie van windturbinegeluid als er meerdere bij elkaar staan. In de figuur is dat aangegeven met de groene 48 dB-contour (met cumulatie). Het geluid zonder cumulatie is weergegeven met de gearceerde cirkels.

450 woningen

Bij een saneringsgrenswaarde van 47 dB Lden zouden ongeveer 450 woningen voor sanering in aanmerking komen. De kosten voor sanering daarvan worden geschat op 4,9 miljoen euro. Bij een groot deel van deze woningen zijn de bewoners waarschijnlijk eigenaar van de windturbine en is er sprake van direct economisch profijt. Het is mogelijk dat deze woningen niet in aanmerking zullen komen voor geluidsanering vanuit publieke middelen.

Als deze groep buiten de kostenraming wordt gelaten, blijven 165 tot 275 saneringswoningen over met naar schatting 1,6 tot 2,6 miljoen euro aan saneringskosten.

kosteneffectief

Een indicatieve kosten-baten analyse duidt erop dat geluidsanering in veel gevallen kosteneffectief zal blijken. Dat betekent dat de baten door verminderde hinder of slaapverstoring vergelijkbaar zijn met de kosten van sanering. Alleen bij de kleine groep windturbines die al meer dan vijftien jaar in gebruik zijn, zal sanering niet kosteneffectief zijn. Deze windturbines zijn bijna aan het einde van hun levensduur en zijn in deze raming buiten beschouwing gelaten.

Bij de doelmatigheidsafweging heeft het RIVM de volgende methode gebruikt: De baten van geluidsanering dienen in redelijke verhouding tot de kosten te staan. De jaarlijkse baten van geluidreductie voor verkeerslawaai zijn door een werkgroep van de EC in 2003 geschat op € 25 per huishouden per decibel. Gecorrigeerd naar prijspeil 2011 is dat circa € 30, maar dit bedrag heeft een grote onzekerheid. De EC waarde is van toepassing op vermindering van wegverkeersgeluid en niet op vermindering van windturbinegeluid. Het RIVM is ervan uitgegaan dat de baten van 1 dB reductie van windturbinelawaai hoger zijn dan die voor reductie van wegverkeerslawaai, omdat de dosis-effectrelatie voor geluidhinder van windturbines aanmerkelijk hoger ligt dan bij wegverkeer. Op basis van deze overweging zijn in de onderhavige inventarisatie de jaarlijkse baten van vermindering van windturbinelawaai geschat op € 100 per decibel (vier maal de EC waarde). Deze baten dienen vervolgens gesommeerd te worden over de resterende technische levensduur van de windturbine(s) in kwestie.

Bron: RIVM

home...