Swung wetgeving aangenomen door Tweede Kamer

Redactie, 1 juli 2011

Op 30 juni zijn het wetsvoorstel SWUNG en de invoeringswet met algmene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. Van de ingediende amendementen zijn de meeste verworpen, maar enkelen zijn aangenomen, namelijk:

Amendement Toelichting

Overleg over het bronbeleid

Nr. 19 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER WERF
Ontvangen 7 juni 2011
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel I, artikel 11.13 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Een actieplan met betrekking tot een weg wordt niet vastgesteld, dan nadat daarover overleg is gevoerd met de beheerder van die weg en de verantwoordelijke voor het bronbeleid.

Er moet een gedeelde verantwoordelijkheid voor geluidsreductie zijn op overbelaste wegdelen tussen wegbeheerders en de experts t.a.v. bronbeleid. Net zoals we bij luchtkwaliteit gemeentes moeten ondersteunen met heldere en schone Euronormen, moeten de wegbeheerders zich direct ondersteund voelen door beleid t.a.v. stiller vervoer. De input vanuit het wegbeheer mag niet gemist worden bij het vaststellen van dat bronbeleid. Indiener stelt daarom voor om in de wet een moment vast te leggen waarop de wegbeheerder overleg voert met verantwoordelijken voor bronbeleid. Het actieplan biedt hier een aanknopingspunt voor.

Van der Werf (CDA)

Reactie van Staatssecretaris was: Is vanzelfsprekend: hoeven we niet in de wet te regelen.

Steeksproefsgewijs meten

Nr. 32 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID PAULUS JANSEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 23
Ontvangen 27 juni 2011
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, artikel 11.22, vierde lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. een verantwoording van de validatie van de berekende waarden voor de referentiepunten, waarbij de validatie in ieder geval plaatsvindt middels steekproefsgewijze metingen door een onafhankelijke partij.

Het vertrouwen in de handhaving van de geluidproductieplafonds staat of valt bij een betrouwbare methode om vast te stellen of de gestelde plafonds ook gerespecteerd worden. Het wetsvoorstel bepaalt uitsluitend op basis van berekeningen of dit het geval is. Het amendement regelt dat de berekeningen in ieder geval steekproefsgewijs gevalideerd worden met metingen. De metingen hebben enerzijds ten doel om het berekeningsmodel te optimaliseren, borgen anderzijds de integriteit van het systeem als zodanig. Dat laatste komt naar de mening van de indiener het draagvlak onder de bevolking ten goede. De grootte van de steekproef wordt periodiek aangepast aan de afwijkingen die tijdens een vorige ronde zijn vastgesteld. De validatiemetingen dienen uitgevoerd te worden door een partij die onafhankelijk is van de (spoor)wegbeheerder, bijvoorbeeld het RIVM.

Paulus Jansen (SP)

Reactie van Staatssecretaris was: Nut van validatie wordt onderschreven. Onafhankelijke partij is acceptabel.

Gemiddelde waarde over levensduur wegdek

Nr. 36 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID PAULUS JANSEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 22
Ontvangen 27 juni 2011
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, artikel 11.33, wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: 2a. Bij het berekenen van de geluidproductie, bedoeld in het vorige lid, wordt uitgegaan van de gemiddelde waarden over de technische levensduur van de weg of spoorweg, welke zijn gevalideerd door metingen uitgevoerd door een onafhankelijke partij.

Het is van groot belang voor de rechtsbescherming van omwonenden dat de gebruikte waarden een reële afspiegeling zijn van de praktijk. Dat betekent onder meer dat rekening dient te worden gehouden met het (gemiddelde) effect veroudering, achterstallig onderhoud en dergelijke. Om deze reden dienen de waarden waar mogelijk gebaseerd te zijn op praktijkmetingen. Bij nieuwe constructies waar dit nog niet mogelijk is, kan in eerste instantie worden uitgegaan van berekende waarden, maar dient de berekende waarde op de kortst mogelijke termijn gevalideerd te worden door metingen. De validatiemetingen – nader omschreven in het Reken- en Meet Voorschrift – dienen uitgevoerd te worden door een partij die geen betrokkenheid heeft bij het (spoor)wegbeheer, bijvoorbeeld het RIVM. De meetgegevens zijn openbare informatie in de zin van de Wet Openbaarheid Bestuur.

Paulus Jansen (SP)

Reactie van Staatssecretaris was: Goede gedachte, maar hoort in reken- en meetvoorschrift artikel 11.33 (niet in register of brongegevens)

Aantal zaken uit AmvB eerst voorleggen aan Tweede Kamer

GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID PAULUS JANSEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13
(op de invoeringswet)
Ontvangen 27 juni 2011
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel III wordt na onderdeel F een onderdeel toegevoegd, luidende: G In artikel 21.6, vierde lid, wordt na ”10.61, eerste lid,” een zinsnede ingevoegd, luidende: 11.1, eerste lid, 11.3, eerste lid, 11.11, tweede lid, 11.29, vierde lid,.

De praktische bescherming die de wet modernisering instrumentarium geluidbeleid gaat bieden is in hoge mate afhankelijk van nadere invulling bij algemene maatregelen van bestuur (AMvB).

Een aantal zaken die geregeld worden bij AmvB zijn zo wezenlijk voor de effectiviteit van de wet dat ze naar de mening van de indiener vooraf voorgelegd dienen te worden aan de Tweede Kamer. In het bijzonder geldt dat voor de volgende aspecten.

In artikel 11.1 wordt de definitie van geluidgevoelige ruimten verschoven naar een AMvB. Voor de gebruikers van geluidgevoelige objecten maakt het een groot verschil welke vertrektypen als geluidgevoelig worden aangemerkt: slaapvertrekken, woonvertrekken, recreatieruimten, buitenruimten e.d.

In artikel 11.3 wordt geregeld dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen worden gesteld met betrekking tot de akoestische kwaliteit van wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen. De hoogte van deze eisen heeft direct effect op het leefklimaat van omwonenden.

In artikel 11.11 wordt geregeld dat een actieplan een overzicht geeft van de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig AMvB vast te stellen waarden van de geluidsbelasting of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen. De hoogte van de bij AMvB vast te stellen geluidsbelasting is daarbij van directe invloed op de omvang van de maatregelen en daarmee op de leefbaarheid voor omwonenden.

In artikel 11.29 wordt bij AmvB uitgewerkt in welke situaties het bevoegd gezag een geluidbeperkende maatregel niet in aanmerking hoeft te nemen, op grond van financiële dan wel stedenbouwkundige/landschappelijke overwegingen. Het buiten beschouwing laten van bepaalde geluidbeperkende maatregelen heeft een grote impact op de (verbetering van) leefbaarheid van omwonenden.

Minder wezenlijk voor de rechtsbescherming van omwonenden zijn de AMvB’s onder de artikelen 11.6 (nadere regels inhoud, inrichting en vormgeving geluidbelastingkaarten), 11.7 (termijnen inzake inlichtingen mbt geluidbelastingkaarten), 11.13 (nadere regels inhoud, inrichting en vormgeving actieplannen), 11.22 (invulling jaarverslag), 11.31 (mee te leveren gegevens bij aanvraag wijziging geluidproductieplafond), 11.39 (uitwerking van de wijze waarop eigenaar geluidgevoelig object wordt verzocht om mee te werken aan geluidbeperkende maatregelen), 11.45 (nadere regels omtrent bepaling geluidproductieplafonds). Om deze reden worden deze AMvB’s bij de voorhangbepaling buiten beschouwing gelaten.

Paulus Jansen (SP)

Reactie van Staatssecretaris was: Oordeel kamer. Amendement is beperkt tot essentiële beleidsinhoudelijke voorhangen.

Zie ook dit artikel over amendementen die niet zijn aanvaard door de Tweede Kamer.

Daarnaast zijn twee moties aangenomen:

  • Samson (PvdA): verzoekt de regering in het besluit geluidshinder milieubeheer vast te leggen dat ingeval de betrokken beheerders geen initiatief nemen om de normering (voor cumulatie, redactie) vast te leggen, de minister besluit wie het initiatief dient te nemen.
  • Koopmans (CDA): verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk met wet- en regelgeving te komen zodat er geen onevenredige geluidsoverlast kan ontstaan op regionale en gemeentelijke infrastructuurtracés (gericht op PHS en de IJssellijn)

Lees ook dit artikel met meer informatie over de nieuwe wetgeving en de gevoerde discussie erover.

Bronnen: Stemmingen, www.Overheid.nl voor teksten moties en amendementen, Reactie staatssecretaris op amendementen

home...