Rijdende rechter behandelt zaak blaffende hond

NCRV, 16 maart 2010

In het NCRV-programma De Rijdende Rechter behandelt Mr. Frank Visser zeer spraakmakende zaken waar mensen zelf niet uitkomen. Voordat hij zijn uitspraak doet, trekt hij het land in om de situatie met eigen ogen te bekijken. Daarnaast spreekt presentatrice Jetske van den Elsen in de studio met beide partijen en het publiek.

In de aflevering van 16 maart 2010: al meer dan twintig jaar woont Maurice van Tol met veel plezier in een rustige wijk in Oude Wetering. Hij besteedt veel tijd en aandacht aan zijn tuin en is een echte dierenliefhebber. Midden in de tuin staat een unieke duiventil en achterin de tuin heeft hij een kippenhok gebouwd. Daarnaast is het hele gezin dol op hun foxterriër Sky. De hond hoort helemaal bij de familie.

Helaas is de buurt minder gecharmeerd van deze beestenboel. Ze klagen voornamelijk over de blaffende hond. Maurice van Tol gaat de strijd aan met de buurt: waar is de verdraagzaamheid gebleven? De buurtbewoners zijn stomverbaasd: wie praat er nou over verdraagzaamheid als je je hond twee uur in de tuin laat blaffen? De Rijdende Rechter gaat op het geluid af.

De uitspraak van de Rijdende Rechter luidt als volgt: Voor recht wordt verklaard dat Van Tol onrechtmatig handelt jegens Walgreen en buren, indien zijn hond langer dan 10 minuten achtereen per etmaal blaffend in de achtertuin verblijft. Voor recht wordt verder verklaard dat Walgreen en buren verplicht zijn om het blaffen van de hond van Van Tol te dulden, voor zover dit binnen de hiervoor bepaalde grenzen blijft. Verstaat dat Van Tol geen nieuwe haan zal nemen.

Hieronder de volledige tekst van de uitspraak


Zaaknummer: 10429
Datum uitspraak: 20 oktober 2009
Plaats uitspraak: Zaandam

Bindend Advies

in het geschil tussen:

de heer M. van Tol en mevrouw A. Lodder

te Oude Wetering

verder te noemen: Van Tol ,

tegen:

1. de heer en mevrouw P. en C. Walgreen
2. mevrouw M. van Ammers
3. de heer A. Cozijn
4. de heer en mevrouw A. Kennis
te Oude Wetering

verder te noemen Walgreen en buren,

woordvoerder de heer Walgreen,

gegeven door mr. F.M. Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

De procedure.

Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het bindend advies reglement "De Rijdende Rechter" editie september 2003 te laten beslechten.

De vordering van Van Tol is opgenomen in de bindend advies overeenkomst.

Daarin is ook een tegenvordering van Walgreen en buren opgenomen.

De rijdende rechter heeft kennis genomen van alle door partijen overgelegde stukken.

Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 25 september 2009, welke is gehouden te Oegstgeest.

Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.

Voorafgaande daaraan heeft de rijdende rechter zich begeven naar de in deze procedure bedoelde hond, de achtertuin van Van Tol en een van de achtertuinen van Walgreen en buren. Daarbij was tevens aanwezig ing. J. Kramer als deskundige, die geluidsmetingen heeft gedaan. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.

De zoon van Van Tol en de heer J. van der Meer zijn als informanten gehoord.

Partijen zijn op de hoorzitting verschenen en hebben hun standpunten toegelicht.

De deskundige heeft mondeling verslag uitgebracht.

Hierna is de uitspraak bepaald op vandaag.

Vaststaande feiten.

In deze procedure mag van de volgende feiten worden uitgegaan, omdat deze voldoende zijn komen vast te staan.

1. Van Tol is woonachtig te Oude Wetering aan de Watergang 75. Van Tol heeft een hond van het ras Foxterriër, die geregeld in zijn achtertuin aanwezig is.

2. Walgreen en buren zijn allen woonachtig aan de Punter te Oude Wetering, respectievelijk op de nummers 16, 4, 8 en 18.

3. De Punter is parallel gelegen aan de Watergang. De achtertuinen van de Watergang grenzen aan de achtertuinen van de Punter, gescheiden door een brandgang.

De vordering van Van Tol.

Van Tol vordert kort gezegd dat Walgreen en buren worden verplicht om de nodige verdraagzaamheid te betrachten en daarom het geblaf van zijn hond te dulden.

De tegenvordering vordering van Walgreen en buren.

Walgreen en buren vorderen kort gezegd dat Van Tol wordt verplicht om maatregelen te nemen ter vermindering van de door hen ondervonden hinder van hondengeblaf.

Standpunten van partijen.

Partijen blijken kort en goed verdeeld over de vraag, of de hond van Van Tol door zijn geblaf onrechtmatige hinder veroorzaakt.

Van Tol erkent weliswaar dat zijn hond af en toe blaft, maar betwist dat dit overmatige hinder oplevert. De hond, die geregeld wordt uitgelaten, verblijft geen hele uren in de tuin en wordt daar zeker ’s nachts niet alleen gelaten. Van Tol vindt dat Walgreen en buren erg onverdraagzaam zijn. De buren woonachtig aan de Watergang hebben immers laten weten helemaal geen last te hebben van de hond. Zelf ondervindt Van Tol ook wel eens overlast van huisdieren van zijn buren, waaronder die van De Punter, maar dat neemt hij voor lief.

Van Tol beaamt dat hij vroeger een haan heeft gehad, die hij na klachten van mevrouw Van Ammers in juli 2009 heeft weggedaan. Van Tol is dus zeker niet ongenegen om naar klachten te luisteren, maar nu gaat het te ver: eerst was het de haan, nu de hond en straks zijn het de kinderen. Van Tol vindt dat zijn buren verdraagzamer moeten zijn. Van een gewoon gesprek is tot op heden geen sprake geweest, alleen van schreeuwen aan de deur.

Van Tol heeft naar aanleiding van de voortdurende klachten van Walgreen en buren weliswaar gedreigd een nieuwe haan te nemen, maar dat was niet serieus bedoeld. Van Tol is dat helemaal niet van plan.

Walgreen en buren stellen voorop, dat zij niet degenen zijn geweest die de onderhavige zaak aan de rijdende rechter hebben voorgelegd. Dat was Van Tol. Naar hun inzien had deze kwestie in een normaal gesprek opgelost kunnen en moeten worden. Helaas bleek Van Tol daartoe niet bereid.

Walgreen en buren zeggen op hun beurt verder wel degelijk overlast te ondervinden van de hond van Van Tol. Volgens hen wordt die uren achter elkaar alleen in de tuin gelaten, soms ook ’s nachts. Het dier gaat dan onophoudelijk en hard blaffen. Walgreen en buren zeggen daar horendol van te worden en vinden dat Van Tol zijn hond beter moet opvoeden of binnen moet houden.

Overigens hebben Walgreen en buren gemerkt dat de hond minder langdurig blaft, sinds deze zaak aan de rijdende rechter is voorgelegd.

Walgreen en buren willen evenmin overlast ondervinden van andere huisdieren van Van Tol, zoals bijvoorbeeld een nieuwe haan, die Van Tol naar eigen zeggen van plan is aan te schaffen.

Bevindingen van de deskundige.

De hond van Van Tol produceert een blafgeluid van ongeveer 90 decibel, wanneer vlakbij hem wordt gemeten. Aan de kant van Walgreen en buren, ongeveer 50 meter verderop, heeft de deskundige rond de 60 decibel gemeten. Op zichzelf is dat niet erg veel, zeker niet wanneer men in beschouwing neemt dat aldaar veelvuldig overvliegende vliegtuigen al gauw zo’n 70 decibel produceren. De deskundige benadrukt evenwel, dat het bij het beoordelen van geluidshinder ook aankomt op de subjectieve beleving van geluid, hetgeen weer afhangt van het al dan niet incidentele karakter daarvan, de duur en de tijdstippen waarop het geluid wordt geproduceerd. Een met name in de avonduren langdurig blaffende hond leidt naar ervaringsregelen al snel tot behoorlijke irritatie bij omwonenden.

Beoordeling van het geschil.

De rijdende rechter heeft kennis genomen van de toezegging van Van Tol dat hij geen nieuwe haan zal nemen. Daar mag hij aan worden gehouden.

Voldoende aannemelijk is verder geworden dat de door Van Tol gehouden hond door zijn geblaf in de achtertuin een zekere mate van hinder veroorzaakt aan omwonenden, waaronder Walgreen en buren. Dat Van Tol dat zelf niet altijd heeft gehoord zou kunnen, al was het maar omdat hij toen misschien niet thuis was.

Dat betekent echter nog niet dat Van Tol reeds daarom verplicht kan worden om een eind te maken aan dat geblaf. Buren hebben nu eenmaal enige overlast van elkaar en van elkanders huisdieren te dulden. Daartegen kan juridisch slechts worden opgetreden als deze geluidshinder, gelet op alle omstandigheden van het geval, dusdanige vormen aanneemt, dat deze als maatschappelijk onbetamelijk moet worden aangemerkt.

Of dat zo is hangt af van de aard, de ernst en de duur van de geluidshinder en de daardoor veroorzaakte overlast in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden en de mogelijkheid om die geluidshinder te voorkomen of verminderen.

Daarover wordt in dit geval als volgt geoordeeld.

Het gedurende langere tijd een hond in de achtertuin laten blaffen veroorzaakt naar ervaringsregelen flink wat irritatie bij de omwonenden. Dat is nergens voor nodig, omdat een blaffende hond eenvoudig naar binnen kan worden gehaald. Van de eigenaar van een buiten doorblaffende hond mag daarom worden gevergd dat hij daaraan binnen redelijke tijd een einde maakt. Het alleen achterlaten van

een hond in de tuin dient in elk geval te worden afgekeurd, als de eigenaar berichten bereiken dat zijn hond dan langdurig gaat blaffen.

De rijdende rechter wil aannemen dat Van Tol er in gemoede van is overtuigd, dat het met zijn hond wel meevalt. Tegelijkertijd kan de rijdende rechter niet geloven dat Walgreen en buren de door hen ondervonden hinder zo schromelijk overdrijven, als Van Tol denkt. Het mag waar zijn dat het per incident wel meevalt, niet vergeten mag echter worden dat de irritatie toeneemt als het vaker voorkomt. Een hond die een keertje wat te lang blaft moet kunnen; een hond, die geregeld maar blijft doorblaffen, beslist niet.

Het komt de rijdende rechter verstandig voor om meer precies aan te geven wat de grenzen zijn, die Van Tol in acht moet nemen. Doet hij dat, dan mogen Walgreen en buren niet meer klagen. Verdraagzaamheid is natuurlijk een goede zaak, maar deze moet wel van twee kanten komen.

Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel, dat als volgt moet worden beslist.

B E S L I S S I N G

Voor wat betreft de vordering en de tegenvordering.

Voor recht wordt verklaard dat Van Tol onrechtmatig handelt jegens Walgreen en buren, indien zijn hond langer dan 10 minuten achtereen per etmaal blaffend in de achtertuin verblijft.

Voor recht wordt verder verklaard dat Walgreen en buren verplicht zijn om het blaffen van de hond van Van Tol te dulden, voor zover dit binnen de hiervoor bepaalde grenzen blijft.

Verstaat dat Van Tol geen nieuwe haan zal nemen.

Het over en weer mogelijk meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M.Visser als rijdende rechter en uitgesproken te Zaandam op datum beslissing 20 oktober 2009.

Bindend Adviseur Secretaris

Mr. F.M. Visser Mr. S.T. Terstegge

Bronnen: Nieuwsbank, Eerstehulpbijrecht

...home