|
Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 gewijzigd Frank Elbers en Edwin Verheijen (dBvision), 31 augustus 2009 Het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 is gewijzigd. De wijziging treedt vanaf 26 augustus 2009 in werking. De wijziging betreft de volgende onderdelen: Cumulatie De wijziging houdt in dat de geluidsbelasting vanwege alle betrokken geluidsbronnen wordt gecumuleerd zonder toepassing van de aftrek ingevolge artikel 110g. Bij terugrekening naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer wordt op de gecumuleerde waarde de aftrek ingevolge artikel 110g toegepast. Door deze aanpassing wordt bij besluiten voor wijziging of aanleg van een weg bereikt, dat de gecumuleerde geluidbelasting vergelijkbaar is met de niveaus van de vast te stellen hogere waarde. Door de wijziging zijn resultaten van geluidberekeningen beter uitlegbaar. Dit is uitgelegd in onderstaande voorbeelden. Voorbeelden oude regeling:
Voorbeelden nieuwe regeling:
Tophoekcorrectie voor constructies van schermen op wallen De eis voor gecombineerde wal/schermconstructies bij toepassing van een tophoekcorrectie van 0 dB is aangepast. De eis van ten minste de helft van de hoogte voor het scherm, geldt niet meer voor schermen die hoger zijn dan 3,5 meter. Deze aanpassing heeft betrekking op zowel weg- als railverkeerslawaai. Met deze wijziging sluit dit onderdeel van het voorschrift weer aan bij de praktijksituaties langs de rijks(spoor)wegen. In het Reken- en Meetvoorschrift (wegverkeerslawaai) 1981 was toepassing van de 0 dB correctieterm mogelijk voor situaties met ‘grondlichamen met daarop een dunne wand hoger dan 0,5 m’. In dit tijd is vooral bij veel nieuwbouwwijken de situatie ontstaan waarbij de geluidreductie is gerealiseerd met een hoge wal een klein houten scherm van zo’n 75 cm hoog. Door dit kleine scherm werd voorkomen dat voor de wal een 2 dB lagere reductie in rekening gebracht kon worden. De berekende reductie werd voor situaties met een laag scherm op een hoge wal te hoog ingeschat. Op basis van onderzoek van TNO is bij het Reken- en Meetvoorschrift railverkeerslawaai 1987 deze definitie aangepast. Een correctieterm van 0 dB was enkel mogelijk voor situaties met ‘grondlichamen met daarop een dunne wand, als de totale constructiehoogte minder is dan twee maal de hoogte van die wand’. Deze definitie is gehandhaafd in het Reken- en meetvoorschrift railverkeerslawaai 1996. Voor wegverkeer is deze nieuwe definitie overgenomen in het Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai in 2002. In de periode na 2000 kwamen steeds meer situaties voor waarbij hoge geluidschermen op hoge geluidwallen gewenst zijn en gerealiseerd worden. De twee Reken- en meetvoorschrift waren op deze situaties niet ingespeeld. De wijziging van de Reken- en Meetvoorschriften (bijlage III weg en bijlage IV spoor) die nu wordt doorgevoerd, is gebaseerd op een nieuwe analyse van TNO. Indien de geluidschermen hoger zijn dan 3,5 m is het voor de bepaling van de tophoekcorrectie niet meer van belang of deze wel of niet op een wal. Emissie van het spoorwegmaterieel Ook bij railverkeer is een wijziging doorgevoerd voor de spoorspecifieke geluidsisolatie en de de emissie van het spoorwegmaterieel. Daarbij heeft een actualisatie plaatsgevonden van de categorie-indeling. De belangrijkste wijzigingen daarbij zijn:
Twee nieuwe onderdelen Daarnaast betreft de wijziging van het Reken- en Meetvoorschrift twee nieuwe onderdelen:
|
Download: Link: www.StillerVerkeer.nl |