Uitspraak arbitrage IJzeren Rijn en reacties

Redactie, 29 mei 2005

Een Arbitragetribunaal onder auspiciŽn van het Permanente Hof van Arbitrage te Den Haag heeft uitspraak gedaan in het geschil tussen BelgiŽ en Nederland inzake de IJzeren Rijn. Daarin wordt aanbevolen dat BelgiŽ en Nederland een commissie van onafhankelijke deskundigen instellen die de hoogte van diverse kostenposten nader moet bepalen, voordat precies kan worden vastgesteld wat elk land moet betalen.

Het tribunaal heeft een omvangrijke uitspraak gedaan in een complexe zaak. Daarom kunnen de ministers van Buitenlandse Zaken en Verkeer en Waterstaat daarover nog geen oordeel geven.

De IJzeren Rijn is de spoorverbinding tussen Antwerpen en het Roergebied die via Budel - Weert - Roermond over Nederlands grondgebied loopt. De spoorverbinding is sinds 1991 in onbruik geraakt, en BelgiŽ heeft gevraagd om de verbinding weer te reactiveren.

Het geschil dat aan de arbiters is voorgelegd gaat met name over de verdeling van de kosten van de reactivering van de spoorlijn op Nederlands gebied, waaronder kosten voor milieumaatregelen. Die kosten zijn door Nederland geraamd op circa Ä 500 miljoen met een onzekerheidsmarge van ongeveer 25 procent (prijspeil 2005).

Uitspraak

Arbitragetribunaal doet uitspraak inzake IJzeren Rijn, Den Haag, 24 mei 2005 (vertaald door het Ministerie van Buitenlandse zaken)

Het Arbitragetribunaal, ingesteld teneinde te beslissen over een geschil tussen het Koninkrijk BelgiŽ en het Koninkrijk der Nederlanden, heeft vandaag uitspraak gedaan inzake de reactivering van de IJzeren Rijn, een spoorwegverbinding tussen de haven van Antwerpen (in BelgiŽ) en het Rijnbekken in Duitsland, via de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg.

De IJzeren Rijn dateert uit de negentiende eeuw. De aanleg ervan werd voltooid in 1879 en de spoorlijn was tot de Eerste Wereldoorlog voortdurend in gebruik. De intensiteit van het gebruik varieerde vervolgens tot 1991, toen het verkeer tussen BelgiŽ en Duitsland werd beŽindigd. Het voornemen van BelgiŽ het gebruik van de spoorlijn in beduidend intensievere mate te hervatten, hetgeen herstel, aanpassing en modernisering (in de uitspraak aangeduid als "reactivering") van het IJzeren Rijn-tracť vergt, wordt als zodanig niet bestreden. Beide landen verschilden evenwel van inzicht enerzijds over het recht van BelgiŽ tot vaststelling van het reactiveringsplan en anderzijds het recht van Nederland daaraan de voorwaarden te verbinden die op grond van het Nederlandse recht gelden voor een dergelijke reactivering. De landen verschilden tevens van mening over de verdeling van de kosten die ermee gemoeid zijn.

De juridische oorsprong van de IJzeren Rijn is gebaseerd op het recht van doortocht over Nederlands grondgebied dat aan BelgiŽ is verleend op grond van het "Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk BelgiŽ betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden" gesloten in 1839 (het "Scheidingsverdrag van 1839"). Dit recht van doortocht is vervolgens aangepast en verder uitgewerkt in verschillende verdragen, gesloten in de negentiende eeuw, waaronder in het bijzonder het verdrag van 1873 dat algemeen bekend is als het "IJzeren Rijn Verdrag". Het Arbitragetribunaal werd verzocht dit verdrag alsmede andere verdragen uit te leggen, alsmede de algemene beginselen van het internationale recht, teneinde bepaalde door BelgiŽ en Nederland gezamenlijk voorgelegde vragen te beantwoorden inzake het reactiveringsplan van BelgiŽ en de gevolgen daarvan.

Van de uitspraak, die bindend is voor de partijen en waartegen geen rechtsmiddelen openstaan, behelzen de voornaamste conclusies van het Arbitragetribunaal het volgende:

Artikel XII van het Scheidingsverdrag van 1839 blijft van toepassing op de huidige situatie.

Wat betreft het recht van BelgiŽ zijn reactiveringsplan vast te stellen en het recht van Nederland daar voorwaarden aan te verbinden:

BelgiŽ heeft het recht specificaties voor het IJzeren Rijntracť in Nederland vast te stellen die het mogelijk maken de verbinding tussen BelgiŽ en Duitsland voort te zetten ("functionaliteit"). BelgiŽ en Nederland dienen evenwel overeenstemming te bereiken over de uit te voeren werken teneinde de spoorlijn te reactiveren.

De Nederlandse wetgeving en de daarop gebaseerde beslissingsbevoegdheid kunnen op dezelfde wijze worden toegepast op de reactivering van de IJzeren Rijn als op andere spoorwegen op Nederlands grondgebied, mits de toepassing van de Nederlandse wetgeving en van de daarop gebaseerde beslissingsbevoegdheid niet resulteert in ontzegging van het recht van doortocht aan BelgiŽ en evenmin de uitoefening van het recht van doortocht door BelgiŽ onredelijk bemoeilijkt.

De Nederlandse wetgeving en de daarop gebaseerde beslissingsbevoegdheid mogen evenmin eenzijdig worden toegepast teneinde een afwijking van de historische route af te dwingen.

Wat betreft de verdeling van de kosten:

De kosten van maatregelen tot bescherming van het milieu en andere veiligheidsmaatregelen kunnen niet worden gescheiden van de overige kosten die noodzakelijk zijn voor de reactivering van de IJzeren Rijn. Ook de kosten en financiŽle risico's die verband houden met de uitoefening van het recht van doortocht door BelgiŽ moeten stroken met de verdeling tussen de Partijen inherent aan artikel XII van het Scheidingsverdrag van 1839, zoals uitgelegd door het Arbitragetribunaal. De verplichting van BelgiŽ tot financiering van investeringen is bijgevolg niet beperkt tot die welke noodzakelijk zijn ten behoeve van de functionaliteit van de spoorweg.

Nederland dient niettemin eveneens bepaalde kosten en financiŽle risico's te dragen.

Achtergrond

De arbitrageprocedure is uitgevoerd overeenkomstig een verdrag inzake arbitrage tussen BelgiŽ en Nederland, waarvan de bepalingen zijn overeengekomen door middel van een diplomatieke notawisseling d.d. 22 en 23 juli 2003.

Het Arbitragetribunaal dat is ingesteld teneinde het geschil te beslechten bestaat uit Judge Rosalyn Higgins (voorzitter), Professor Guy Schrans, Judge Bruno Simma, Professor Alfred H.A. Soons en Judge Peter Tomka. Overeenkomstig het arbitrageverdrag is het Arbitragetribunaal ingesteld onder auspiciŽn van het Permanente Hof van Arbitrage, dat tevens fungeert als griffie voor de arbitrage.

Een afschrift van de uitspraak alsmede andere documenten die verband houden met de arbitrage worden opgenomen op de website van het Permanente Hof van Arbitrage ( www.pca-cpa.org ).

Samenwerkingsverband Midden-Limburg: zeer teleurgesteld

De uitspraak die het Hof van Arbitrage dinsdag 24 mei jl. heeft gedaan over het geschil tussen BelgiŽ en Nederland over de reactivering van het historische tracť van de IJzeren Rijn heeft in de regio Midden- Limburg tot grote onrust geleid. Dat stelt het Samenwerkingsverband*  IJzeren Rijn Midden-Limburg, waarvan de bestuurders vrijdagochtend 27 mei voor spoedoverleg bijeen zijn gekomen.

"Omdat in de uitspraak nadrukkelijk is opgenomen dat BelgiŽ het recht heeft het historische tracť te reactiveren ťn daar ook de Nederlandse wetgeving op van toepassing is, waaronder de Wet Geluidhinder, is er een zeer groot risico dat langs het tracť veel woningen moeten worden gesloopt, met name in de Roermondse wijken De Kemp en Kitskensberg. Daar gaat de spoorlijn bijna letterlijk door achtertuinen. Als dit werkelijkheid wordt zijn de inspanningen, die in het kader van de herstructurering in beide wijken zijn verricht, volledig te niet gedaan. De totale schade voor de regio werd in 2001 al geraamd op 500 miljoen euro", aldus Gerard IJff, voorzitter van het samenwerkingsverband.

De minister van Verkeer en Waterstaat heeft tijdens de behandeling in de Tweede Kamer toegezegd dat er extra voorzieningen komen zoals een omleiding rond Roermond, een tunnel in Nationaal Park De Meinweg en een overkapping in de Weerter- en Budelerbergen. Wij gaan er van uit dat de minister haar toezeggingen nakomt, ondanks de tegenvallende financiŽle aspecten ten gevolge van de uitspraak van het hof. Bovendien zal het verhoogd risico voor rampen bij ingebruikname van het tracť de spoorwegveiligheid in de regio in negatieve zin beÔnvloeden, zo stelt Gerard IJff. De twee treinongevallen in het recente verleden op het spooremplacement van Roermond liggen nog vers in het geheugen van veel bewoners.

Het Samenwerkingsverband IJzeren Rijn Midden-Limburg gaat nu lobbyen om het dreigend onheil voor de regio te voorkomen. Ze roept de leden van de Tweede Kamer op om aanstaande donderdag 2 juni, tijdens het spoeddebat met de minister van Verkeer en Waterstaat, bij haar te bepleiten om met haar Belgische collega te gaan praten over de uitvoering van het recht op doortocht. Alternatieven die voor beide landen voordeel opleveren, kunnen dan aan bod komen. Bovendien zal het samenwerkingsverband op korte termijn juridisch advies inwinnen welke beroepsmogelijkheden nu nog openstaan.

* Het samenwerkingsverband bestaat uit de gemeenten Roerdalen, Roermond, Haelen, Heythuysen, Weert, Swalmen en Cranendonck, Kamer van Koophandel Limburg-Noord, Regio Noord- en Midden-Limburg, Stichting Milieufederatie Limburg en Staatsbosbeheer.

Bron: via Nieuwsbank

home...