Stichting Natuur en Milieu, 2 december 2003
Het gebrek aan stilte constateren is in Nederland niet moeilijk. Er zijn nog maar weinig plekjes in Nederland waar het echt stil is. In 2001 en 2002 deed Stichting Natuur en Milieu onderzoek naar stilte en het belang dat recreanten er aan hechten. Ook bracht ze beleidsmedewerkers van provincies, rijk, recreatieorganisaties en wetenschappers bij elkaar om creatieve aanknopingspunten te vinden voor beleid.
Stichting Natuur en Milieu vindt dat stilte gebiedsgericht aangepakt moet worden. Daarom startten de stichting begin 2003 met drie proefprojecten samen met de betrokken milieufederaties. In de Zak van Zuid-Beveland (Zeeland), de Utrechtse Heuvelrug en de Wieden en de Weerribben (Overijssel) heeft de Natuurkundewinkel van de RUG de verstoring van de stilte gemeten.
De stilste plek in de onderzochte gebieden is een heideveldje van Natuurmonumenten bij Maarn, in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Om deze plek te markeren onthulden de milieuorganisaties daar vandaag een stiltebankje, waar recreanten rustig en ongestoord van de geluiden van de natuur kunnen genieten.
De milieuorganisaties hebben per gebied met bewoners, bezoekers, overheden en ondernemers gezocht naar mogelijkheden om stilte beter te beschermen. Per gebied is een samenhangende aanpak en handhaving van regels nodig. Maatregelen zijn het autoluw maken van lokale wegen, beperking van maximumsnelheden op grote en kleinere wegen, aanpassing van vliegroutes en vlieghoogte, de aanleg van natuurtransferia (parkeerterreinen aan de rand van een gebied) en het stimuleren van fiets- en wandelrecreatie. Gedeelten van waterrijke gebieden zouden alleen toegankelijk moeten zijn voor stille boten (kano’s en fluisterboten). De betrokken beleidsmakers, ondernemers en belangenorganisaties in de vier gebieden hebben al toegezegd aan deze maatregelen te gaan werken.
Recreanten en bewoners zijn bevraagd naar hun beleving van stilte in het gebied. In regionale workshops formuleerden lokale en provinciale beleidsmakers, ondernemers en bewoners van het gebied concrete oplossingen om het gebied stiller te maken.
Deze zomer zijn nieuwe geluidsmetingen gedaan door de Rijksuniversiteit Groningen in vier grote natuur- en recreatiegebieden. Het blijkt dat de stilte vooral wordt verstoord door wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen en de industrie. Bewoners en bezoekers ervaren het wegverkeer als het meest storend, blijkt uit aanvullende enquêtes. In De Zak van Zuid-Beveland is ook de industrie een hinderlijke geluidsbron en in De Wieden en De Weerribben zijn dat de motorboten.
Uit luisterwaarnemingen blijkt dat zelfs op de stilste plek gedurende 36% van de tijd een motorische bron wordt waargenomen, zie tabel hieronder:

Weliswaar is het achtergrondlawaai, het L95, vrij laag, de piekniveau's lopen zelfs op de stilste plek op tot 52 dB.

De equivalente geluidsniveaus variëren sterk in de onderzochte gebieden:

Bron: Website Stichting Natuur en Milieu, www.snm.nl , download hier de folder Kan het stiller? (PDF)