Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 17 april 2003
In zijn brief aan de Tweede Kamer, geeft de minister van Verkeer en Waterstaat, Roelf H. de Boer, antwoord op kamervragen van Max Hermans (LPF). (Lees hier het artikel in het april nummer van Geluidnieuws daarover).
Vraag 1. :Bent u op de hoogte van het feit dat de NS ruimtes in de treinen wil reserveren, waar stilteregels zullen gelden?
Antwoord 1. De NS heeft mij gemeld een proef met stiltezones te willen doen, omdat men veel klachten krijgt van klanten over geluidsoverlast (52% ergert zich aan geluidsoverlast). NS voert stiltezones alleen landelijk in als deze in de praktijk door klanten gewaardeerd worden en als ze ook werken. Volgens de NS hebben klanten en consumentenorganisaties positief gereageerd op de proef.
Vraag 2. Bent u van mening dat regels die niet te handhaven zijn of niet gehandhaafd zullen worden (bijvoorbeeld vanwege capaciteitsproblemen), niet gesteld moeten worden omdat zij slechts het gezag van de reeds bestaande regels ondergraven. Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2. Met deze stelling ben ik het eens. Onder verwijzing naar het antwoord bij vraag 1, betreft het in het onderhavige geval nog een proef. In de proef wordt onder meer gemeten: de klantwaardering en de handhaafbaarheid.
Vraag 3. Is het de bedoeling dat de werknemers van de NS in hun hoedanigheid van bijzondere opsporingsambtenaar, proces-verbaal opmaken ter handhaving van de nieuwe stilteregels? Zo ja, acht u dit wenselijk? Zo neen, zijn de nieuwe stilteregels een regeling van publiekrechtelijke aard?
Antwoord 3. Op basis van de Wet Personenvervoer 2000 kunnen vervoerders in verband met de orde, rust en veiligheid en de goede bedrijfsgang gedragsregels stellen jegens de reizigers en die kenbaar maken, bijvoorbeeld via reglement of vervoersvoorwaarden of door middel van aanduidingen in beeld of geschrift. Zo bestaan er bijvoorbeeld al werkcoupés in de eerste klas van bepaalde intercitytreinen. Conducteurs kunnen de treinreizigers erop aanspreken als zij zich niet aan die gedragsregels houden. Door overtreding van een, op de Wet personenvervoer 2000 gebaseerde, gedragsregel pleegt men een strafbaar feit.
De conducteurs van de NS kunnen in hun hoedanigheid van bijzondere opsporingsambtenaren gedragsregels, zoals de stilteregel, handhaven en een proces-verbaal opmaken. Hen is op basis van het 'Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep 2003' opsporingsbevoegdheid toegekend voor feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000. Ter handhaving van de stilteregel kunnen zij proces-verbaal opmaken voor overtreding van artikel 52, eerste lid, onder e van het Besluit personenvervoer 2000. Hierin staat dat onder verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang als bedoeld in artikel 72 van de Wet personenvervoer 2000 onder meer wordt verstaan: op zodanige wijze geluid voortbrengen dat anderen daarvan hinder ondervinden. Daarnaast of in plaats daarvan zou ook (nog) proces-verbaal kunnen worden opgemaakt voor overtreding van artikel 52, eerste lid onder I van het Besluit Personenvervoer 2000. Deze bepaling is als het ware een vangnet voor alle gedragingen die hinderlijk of gevaarlijk zijn of kunnen zijn of die verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken.
Vraag 4. Hoe oordeelt u over het feit dat een private onderneming als de NS klaarblijkelijk in staat is regels te stellen die publiekrechtelijk gehandhaafd dienen te worden?
Antwoord 4. Zie het antwoord op vraag 3. De handhaving van de gedragsregels die door de NS worden gesteld op basis van de Wet personenvervoer 2000 vindt in de eerste instantie plaats door degene die zich er niet aan houdt daarop aan te spreken. Indien men desondanks de gedragsregel blijft overtreden, kan deze publiekrechtelijk worden gehandhaafd. Deze handhaving is primair een taak van de NS. In verband daarmee is aan conducteurs de status van buitengewoon opsporingsambtenaar toegekend. In principe dienen buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst te zijn van een publieke rechtspersoon, maar in het geval van de NS is het een uitvloeisel van de privatiseringsoperatie dat opsporingsbevoegdheden zijn overgeheveld van de publieke naar de private sector. Het gaat daarbij om specifieke en beperkte taken. Het is niet opportuun om de eis van een dienstbetrekking bij een publieke rechtspersoon ook in deze gevallen te stellen.
Voor de NS is derhalve een uitzondering gemaakt op de hoofdregel dat buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst dienen te zijn van een publieke rechtspersoon.
Bron: webiste ministerie van Verkeer en Waterstaat, www.minvenw.nl