Door onze redactie, 14 juni 2001
Op 13 juni 2001 is door Minister Pronk het NMP4 gepresenteerd, met de titel "Een wereld en een wil: werken aan duurzaamheid". Milieubeleid heeft zin, stelt minister Pronk, De geluidshinder is ondanks de explosief gegroeide mobiliteit (weg- en luchtvaart met 50-100%, spoor met 30%) niet toegenomen.
Het NMP beschrijft de ingrijpende (inter)nationale veranderingen en maatregelen die nodig zijn om de gewenste milieusituatie in 2030 te realiseren. Het NMP 4 is een ander NMP dan de voorgaande plannen. Het kijkt verder dan vierjaar vooruit, namelijk dertig jaar en kijkt ook meer naar de internationale dimensie van milieuproblemen. Het markeert de afsluiting van een periode van het milieubeleid, die in 1989 startte met het NMP1. De nota is de start van een nieuwe beleidscyclus, met een over meerdere decennia vol te houden pad naar duurzaamheid.
Bij ongewijzigd beleid zijn in 2030 volgens het NMP4 de volgende zeven grote milieuproblemen te verwachten:
Om de grote milieuproblemen onder de knie te krijgen, zijn fundamentele maatregelen, dichter bij de kern van het economische proces vereist, zonder echter de basis van de economie aan te tasten. Leidende beginselen hierbij zijn duurzaamheid, voorzorg en eigen verantwoordelijkheid.
In een nieuwe intensieve aanpak wil de overheid gaan sturen met behulp van nieuwe instrumenten zoals verhandelbare emissies en heffingen of belastingen op milieugrondslag. Daarbij wordt nu al reeds gesteld dat het met belastingen onzeker is of hiermee de doelstellingen gehaald worden. Daarom ziet de minister eigenlijk meer in het sluiten van convenanten.
Over de leefomgeving zegt de minister in zijn persbericht het volgende:
"Een goede leefomgeving houdt in dat bewoners, ondernemers en gebruikers van de
openbare ruimte hun leefomgeving ervaren als herkenbaar, prettig, schoon en
aantrekkelijk, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Met lokale en
regionale overheden zal gewerkt worden aan gebiedsgerichte geluidskwaliteiten
die goed passen bij het gebied (akoestische kwaliteit): in de natuur, in
woonwijken of in dynamische binnensteden worden verschillende eisen gesteld voor
akoestische kwaliteit. Als harde bovengrens geldt daarbij dat, ter voorkoming
van gezondheidsschade, de geluidsbelasting van woningen in 2010 niet meer dan
70 dB(A) mag zijn. Ook wordt gezocht naar nieuwe en effectievere
geluidsmaatregelen. Het streven naar internationale geluidsnormen voor
goederentreinen en het buiten gebruik stellen van lawaaiige goederenwagons hoort
ook tot de maatregelen. ....
Daarnaast legt de nota 'Een wereld en een wil' de verantwoordelijkheid voor het realiseren van de milieukwaliteit en de uitvoering van het beleid op het meest passende bestuursniveau. De lokale overheid is vaak beter in staat om aan de kwaliteit van de leefomgeving bij te dragen dan de rijksoverheid. Daarom moeten de andere overheden meer vrijheid krijgen, inclusief de bijbehorende instrumenten. Om de bijdrage van het milieubeleid aan de kwaliteit van de leefomgeving te versterken worden drie veranderingen aangebracht:
In een "fact-sheet" wordt een overzicht gegeven van concrete maatregelen. Voor "geluid" staat hier het volgende:
Geluidsbeleid
Als nieuwe doelstelling voor het geluidsbeleid is in het NMP4 opgenomen dat
in 2010 de grenswaarde van 70 dB(A) bij woningen niet meer overschreden wordt.
Deze grenswaarde is in het Wetsvoorstel Modernisering Instrumentarium
geluidshinder opgenomen dat naar verwachting in het voorjaar 2002 aan de Tweede
Kamer zal worden aangeboden.
Zowel voor stad, landelijk gebied als de natuur
zal in 2030 de gewenste akoestische kwaliteit worden gerealiseerd. Dit betekent
dat de geluidsniveaus in 2030 overal in Nederland aansluiten bij de functie van
de verschillende gebieden in ons land, zodanig dat de gebiedseigen geluiden
overal zijn te horen en het geluidniveau aansluit bij het karakter van een
gebied (akoestische kwaliteit).
Maatregelen
Bron: via Nieuwsbank